De voor de aanleg van straten en wegen, met inbegrip van
plantsoenen, parken en speeltuinen bestemde gronden, worden
behoudens het bepaalde in het tweede lid zonder verrekening met
de gemeente uit het bedrijf genomen.
Indien straten, wegen, plantsoenen, parken en speeltuinen niet
uitsluitend worden aangelegd ten behoeve van het grondcomplex
waarin zij komen te liggen, worden de daarvoor bestemde gronden
uit het bedrijf genomen tegen een uit dien hoofde in de
exploitatie-opzet vast te leggen vergoeding.
Gronden ten behoeve van sportterreinen en ten behoeve van de
openbare dienst, zoals scholen, gemeentegebouwen enz., worden
door de gemeente uit het bedrijf genomen tegen een vergoeding,
zoals deze in de exploitatie-opzet is vastgelegd.
De in het tweede en derde lid van dit artikel bedoelde
handelingen worden beschouwd als verkopen in de zin van de
verordening