De jaarrekening van het grondbedrijf wordt opgemaakt door de
administrateur en de directeur van de sector Grondgebied, na
tekening voor gezien door het hoofd van de afdeling financiën,
en uiterlijk 4 maanden na afloop van het. verslagjaar aan
burgemeester en wethouders aangeboden. Aan de rekening wordt een
door de administrateur te vervaardigen verslag toegevoegd met.
hierin opgenomen de financiële positie van het bedrijf als
geheel, de belangrijkste ontwikkelingen in afgelopen jaar
alsmede een prognose voor de toekomst..
Indien en voorzover de rekening de directeur van de sector
Grondgebied of het hoofd van de afdeling financiën aanleiding
geeft tot het maken van opmerkingen doet hij daarvan na overleg
met de administrateur schriftelijk mededeling aan burgemeester
en wethouders.
Indien de administrateur met betrekking tot de inhoud van de
jaarrekening een van het. college van burgemeester en wethouders
afwijkend standpunt. heeft, doet hij daarvan bij de aanbieding
van de rekening schriftelijk mededeling.