Burgemeester en wethouders stellen op voorstel van de
administrateur de organisatiestructuur met betrekking tot de
financiële administratie en het beheer der geldmiddelen vast met
inachtneming van het gestelde in deze verordening en zenden deze
ter kennisneming aan de raad en aan Gedeputeerde Staten.
De organisatiestructuur als bedoeld in het eerste lid kan
ondermeer omvatten:
een organisatiestructuur dat een doelmatige
funktiescheiding waarborgt;
beschrijvingen van de bij het financieel beleid en
beheer alsmede de financiële administratie betrokken
funkties;
procesgerichte beschrijvingen;
een regeling van de teken- en
beschikkingsbevoegdheden;
een beschrijving van de beveiligingsmaatregelen van
gegevensbestanden;
voorschriften inzake periodieke verslaggeving en de
rapportering zowel naar burgemeester en wethouders als
naar beheersfunktionarissen.
De deskundige, belast met de controle van het geldelijk beheer,
wordt gehoord over het ontwerp van de voorschriften als bedoeld
in het eerste en tweede lid van dit artikel.