Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 11a.

Artikel 11a:17

Artikel 11a:17

Onderdeel van Arbeidsvoorwaardenregeling van de gemeente Oldenbroek

1. Degene die op 31 december 1995 uit hoofde van een ontslag uit de sector gemeenten recht heeft op een herplaatsingswachtgeld als bedoeld in artikel k 4, tweede lid, juncto artikel k 6 van de Algemene burgerlijke pensioenwet, zoals die wet luidde op die datum en waarvan de duur op 1 januari 1996 nog niet is verstreken, heeft recht op suppletie. 2. Het in het eerste lid bedoelde recht op suppletie bedraagt bij een op 31 december 1995 genoten recht op herplaatsingswachtgeld van: 1 maand: gedurende de eerste 27 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%; 2 maanden: gedurende de eerste 26 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%; 3 maanden: gedurende de eerste 25 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%; 4 maanden: gedurende de eerste 24 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%; 5 maanden: gedurende de eerste 22 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%, 6 maanden: gedurende de eerste 21 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%; 7 maanden: gedurende de eerste 20 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%; 8 maanden: gedurende de eerste 19 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%; 9 maanden: gedurende de eerste 18 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%; 10 maanden: gedurende de eerste 17 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%; 11 maanden: gedurende de eerste 16 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%; 12 maanden: gedurende de eerste 15 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%; 13 maanden: gedurende de eerste 14 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%; 14 maanden: gedurende de eerste 13 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%; 15 maanden: gedurende de eerste 12 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%; 16 maanden: gedurende de eerste 11 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%; 17 maanden: gedurende de eerste 10 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%; 18 maanden: gedurende de eerste 9 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%; 19 maanden: gedurende de eerste 9 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%; 20 maanden: gedurende de eerste 8 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%; 21 maanden: gedurende de eerste 7 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%; 22 maanden: gedurende de eerste 6 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%; 23 maanden: gedurende de eerste 5 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%; 24 maanden: gedurende de eerste 4 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%; 25 maanden: gedurende de eerste 3 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%; 26 maanden: gedurende de eerste 2 maanden 80%, vervolgens 33 maanden 70%; 27 maanden: gedurende de eerste 1 maand 80%, vervolgens 33 maanden 70%; 28 maanden: gedurende 33 maanden 70%; 29 maanden: gedurende 32 maanden 70%; 30 maanden: gedurende 31 maanden 70%; 31 maanden: gedurende 30 maanden 70%; 32 maanden: gedurende 29 maanden 70%; 33 maanden: gedurende 28 maanden 70%; 34 maanden: gedurende 27 maanden 70%; 35 maanden: gedurende 26 maanden 70%; 36 maanden: gedurende 25 maanden 70%; 37 maanden: gedurende 24 maanden 70%; 38 maanden: gedurende 23 maanden 70%; 39 maanden: gedurende 22 maanden 70%; 40 maanden: gedurende 21 maanden 70%; 41 maanden: gedurende 20 maanden 70%; 42 maanden: gedurende 19 maanden 70%; 43 maanden: gedurende 18 maanden 70%; 44 maanden: gedurende 17 maanden 70%; 45 maanden: gedurende 16 maanden 70%; 46 maanden: gedurende 15 maanden 70%; 47 maanden: gedurende 14 maanden 70%; 48 maanden: gedurende 13 maanden 70%; 49 maanden: gedurende 11 maanden 70%; 50 maanden: gedurende 10 maanden 70%; 51 maanden: gedurende 9 maanden 70%; 52 maanden: gedurende 8 maanden 70%; 53 maanden: gedurende 7 maanden 70%; 54 maanden: gedurende 6 maanden 70%; 55 maanden: gedurende 5 maanden 70%; 56 maanden: gedurende 4 maanden 70%; 57 maanden: gedurende 3 maanden 70%; 58 maanden: gedurende 2 maanden 70%; 59 maanden: gedurende 1 maand 70%. 3. De artikelen 11a:3 tot en met 11a:5, 11a:6, tweede lid, 11a:7 tot en met 11a:11, alsmede artikel 11a:12, derde lid tot en met 11a:16 zijn van overeenkomstige toepassing. 4. Het bestuursorgaan stelt ambtshalve van iedere overheidswerknemer als bedoeld in het eerste lid, het recht op suppletie vast met inachtneming van het in dit artikel bepaalde. 5. Artikel 11a:6, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de vaststelling van de berekeningsgrondslag voor de betrokkene als dagloon geldt het dagloon zoals bepaald in artikel 42, derde en vierde lid, van de WPA, zonder toepassing van de maximumdagloongrens van artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering. 6. Bij de bepaling op 1 januari 1996 van de periode waarover herplaatsingswachtgeld is genoten, wordt deze periode naar beneden afgerond op een hele maand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel