Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 18.

Artikel 18:1:1*

Artikel 18:1:1*

Onderdeel van Arbeidsvoorwaardenregeling van de gemeente Oldenbroek

1. Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: a betrokkene: de ambtenaar of gewezen ambtenaar in de zin van de CAR; b woongebied: een door het college aan te wijzen gebied aansluitend aan het grondgebied van de gemeente; c standplaats: de gemeente of het met name genoemde deel daarvan, waar de ambtenaar gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht; d gezinsleden: de echtgenoot, geregistreerde partner van de betrokkene en de kinderen, stief- en pleegkinderen van de betrokkene en/of van de echtgenoot, geregistreerde partner, voor zover zij samenwonen; e eigen huishouding voeren: het zelfstandig en voor eigen rekening bewonen van woonruimte, voorzien van eigen meubilair en stoffering, een en ander ter beoordeling van het bevoegde gezag; f berekeningsbasis: het twaalfvoud van de bezoldiging - in de zin van artikel 3:1, dan wel hetgeen daarmede overeenkomt ingeval dat artikel niet op hem van toepassing is die betrokkene geniet op het berekeningstijdstip, vermeerderd met de aanspraak op de vakantie-uitkering en in voorkomende gevallen vermeerderd met: i genoten wachtgeld of uitkering krachtens hoofdstuk 10 of 11 of een genoten werkloosheidsuitkering krachtens de WW en eventueel hoofdstuk 10a; ii genoten uitkering krachtens dan wel overeenkomstig hoofdstuk 9 of het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering; iii genoten herplaatsingstoelage hoofdstuk 12 van het pensioenreglement; g berekeningstijdstip: 1e datum waarop de betrokkene verhuist; 2e indien de betrokkene verhuist voor de datum dat de functie feitelijk wordt vervuld, de datum van ingang van de functievervulling; 3e bij het overlijden of ontslag van de betrokkene, de datum waarop laatstelijk bezoldiging werd genoten; h verplaatsen en verplaatsing: veranderen onderscheidenlijk verandering van de standplaats van de betrokkene in opdracht van het bestuursorgaan; i verplaatsingskostenvergoeding: tegemoetkoming in de kosten van een verplaatsing, dan wel van een verhuizing voortvloeiende uit indiensttreding of ontslag, ofwel een tegemoetkoming in reis- en pensionkosten voor de periode dat de verhuizing nog niet heeft plaatsgevonden; j dienstwoning: de door het bestuursorgaan aan de betrokkene in verband met de uitoefening van zijn functie aangewezen woning; 2. Bij de toepassing van dit hoofdstuk wordt artikel 1:2:1 in acht genomen. *(Is gewijzigd per 01/04/1996 en per 01/01/1997 en per 04/03/1998 en per 09/09/1998 en per 01/01/2000 en per 01/01/2001 en per 01/07/2001 en per 01/04/2004 en per 10/07/2006)

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel