Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 21.

Artikel 21:1:1

Artikel 21:1:1

Onderdeel van Arbeidsvoorwaardenregeling van de gemeente Oldenbroek

Deze regeling treedt in werking op 1 april 1995. Met ingang van de datum waarop deze regeling in werking treedt, dan wel gedeelten daarvan in werking treden, vervallen de bepalingen van het geldende algemeen ambtenarenreglement dan wel van die verordeningen, die tekstueel dan wel materieel gelijkluidend zijn aan de bepalingen van deze regeling. Indien de inwerkingtreding van deze regeling ertoe leidt dat bepalingen uit het geldende algemeen ambtenarenreglement dan wel uit verordeningen vervallen, waardoor aanspraken van individuele ambtenaren in neerwaartse of opwaartse zin worden bijgesteld, vindt overleg plaats over de gevolgen daarvan. *(Hoofdstuk is vernummerd per 01/10/2009) Bijlage 1 bij de Arbeidsvoorwaardenregeling van de gemeente Oldebroek. Salarisverhoging In artikel 3:1, eerste lid, bedoelde bezoldigingsregeling worden met ingang van 1 april 1993 de daarin opgenomen schaalbedragen verhoogd met 2%. Met ingang van 1 januari 1995 worden de schaalbedragen verhoogd met 0,5%. Met ingang van 1 augustus 1995 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,25%. Met ingang van 1 augustus 1996 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,25%. Vanaf 1997 wordt een structurele eindejaarsuitkering uitgekeerd van 0,3% van het jaarsalaris. Per 1 juni 1997 worden de schaalbedragen met 3,0% verhoogd. Met ingang van 1 april 1999 worden de schaalbedragen verhoogd met 2,0%. Met ingang van 1 oktober 1999 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,0%. Degenen die op 1 december 1999 in dienst zijn van de gemeente krijgen die maand een eenmalige uitkering van ƒ 350,-- bruto bij een volledige betrekking. Bij een deeltijdbetrekking wordt dit bedrag naar rato vastgesteld. De uitkering werkt door naar de postactieven. Degenen die op 1 april 2000 in dienst zijn van de gemeente krijgen in die maand een eenmalige uitkering van ƒ 350,-- bruto bij een volledige betrekking. Bij een deeltijdbetrekking wordt dit bedrag naar rato vastgesteld. De uitkering werkt door naar de postactieven. Met ingang van 1 augustus 2000 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,5%. Met ingang van 1 oktober 2000 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,5% In 2000 wordt de structurele eindejaarsuitkering van 0,8% eenmalig verhoogd met 0,5% onder een gelijktijdige eenmalige verhoging van het minimale bedrag van ƒ 250,--. Dit resulteert voor 2000 in een eindejaarsuitkering van 1,3% met een minimaal bedrag van ƒ 650,--. Met ingang van 1 januari 2001 worden de schaalbedragen gebruteerd met 1,9% met een maximum van ƒ 1.745,--. Met ingang van 1 mei 2001 worden de schaalbedragen verhoogd met 3,3%. Vanaf 2001 wordt de eindejaarsuitkering met 0,2% structureel verhoogd naar 1,0%. Tevens wordt vanaf 2001 het minimale bedrag van de eindejaarsuitkering verhoogd van ƒ 350,-- tot ƒ 750,-- bruto. Vanaf 2002 bedraagt de eindejaarsuitkering 1,75% met een minimaal bedrag van € 511,-- Met ingang van 1 april 2003 worden de schaalbedragen verhoogd met 2%. Vanaf 2003 wordt de eindejaarsuitkering structureel met 0,25 procentpunt verhoogd naar 3%. Tevens wordt vanaf 2003 het minimale bedrag verhoogd van € 611,-- naar € 836,--. Degenen die op 1 oktober 2003 in dienst zijn van de gemeente krijgen in die maand een eenmalige uitkering van € 200,-- bruto bij een volledige betrekking. Bij een deeltijdbetrekking wordt dit bedrag naar rato vastgesteld. De uitkering werkt niet door naar de pensioenen en de uitkeringen in verband met ontslag en werkloosheid, zowel wat betreft opbouw als indexatie. Met ingang van 1 juni 2007 worden de schaalbedragen verhoogd met 2,2%. In 2007 wordt de eindejaarsuitkering structureel verhoogd met o,5 procentpunt. Dit resulteert in een eindejaarsuitkering van 3,5%. De bodem van de eindejaarsuitkering wordt niet verhoogd en blijft € 836,--. Met ingang van 1 juni 2008 worden de schaalbedragen verhoogd met 2,2%. In 2008 wordt de eindejaarsuitkering structureel verhoogd met 1,5 procentpunt. Dit resulteert in een eindejaarsuitkering van 5%. De bodem van de eindejaarsuitkering wordt niet verhoogd en blijft € 836,--. In november 2014 wordt een eenmalige uitkering van € 350,00 bruto uitbetaald. Het peilmoment voor de eenmalige uitkering is 15 juli 2014. Een medewerker die op die datum in dienst was, heeft recht op de eenmalige uitkering. Parttimers ontvangen een evenredig deel van deze eenmalige uitkering. Met ingang van 1 oktober 2014 worden de schaalbedragen verhoogd met 1%. Met ingang van 1 april 2015 worden de schaalbedragen verhoogd met € 50,--. Met ingang van oktober 2015 een eenmalige uitkering van 0,74% van het jaarsalaris en een eenmalige uitkering van 0,74% in juli 2016 in verband met vrijval van pensioenpremie. Mocht het zo zijn dat voor 1 juli 2016 een nieuwe cao Gemeenten wordt afgesloten, dan zal de eenmalige uitkering van juli 2016 omgezet worden in een structurele loonsverhoging. Van deze verordening maken deel uit: De bijlagen II en IIa (B. Indeling van de schalen), behorende bij de Arbeidsvoorwaardenregeling van de gemeente Oldebroek. (Arbeidsvoorwaardenregeling is bijgewerkt t/m 44e wijziging)

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel