Bij buitengewone bekwaamheid, geschiktheid en ijver van de ambtenaar kunnen burgemeester en wethouders de salarisanciënniteit vaststellen op een groter tijdvak dan is aangegeven in artikel 3:1:1:6.
Ingeval van bevordering van de ambtenaar wordt de salarisanciënniteit zodanig vastgesteld dat het salaris in de nieuwe betrekking te allen tijde uitgaat boven het salaris dat de ambtenaar in de verlaten betrekking genoot. Als de ambtenaar een salaris geniet, dat is vastgesteld volgens bijlage IIa en lager is dan het maximumsalaris dan wordt zijn salarisanciënniteit bij de overgang naar een hogere schaal zodanig vastgesteld dat er op de mutatiedatum een positief verschil in zijn salaris ontstaat dat tenminste 75% bedraagt van de periodieke verhoging die hem normaliter in de verlaten schaal zou worden toegekend. Geniet hij het maximumsalaris van een schaal dan bedraagt het bedoelde positieve verschil tenminste 75% van de laatste periodieke verhoging van de verlaten schaal.
*(Is gewijzigd per 01/04/1996 en per 01/04/1998 en per 07/07/1999 )
Minimumsalaris*
*(Is gewijzigd per 07/07/1999)
HOOFDSTUK 3.
Artikel 3:1:1:8*
Artikel 3:1:1:8*
Onderdeel van Arbeidsvoorwaardenregeling van de gemeente Oldenbroek