Naar hoofdinhoud
Evenals andere gemeenten in Nederland in het algemeen en op de Veluwe in het bijzonder wordt ook de gemeente Oldebroek geconfronteerd met het fenomeen permanente bewoning van recreatieverblijven. Permanente bewoning van recreatieverblijven en de bestrijding hiervan is voor de gemeente niet iets nieuws. De gemeente Oldebroek heeft al sinds begin jaren ’80 (in werking treden van de gemeentelijke beleidsnota sanering niet permanente woongelegenheden) het beleid dat bewoning van allerlei oneigenlijke woongelegenheden niet wordt toegestaan en dat hier actief tegen wordt opgetreden. Het lijkt er echter op dat, ondanks dit gemeentelijk beleid, het aantal permanente bewoningen binnen de gemeente toeneemt. Het valt buiten het bestek van deze beleidsnota om de oorzaak daarvan uitgebreid te onderzoeken en beschrijven, maar factoren als aanscherping van het beleid van buurgemeenten, bedrijfseconomische veranderingen in de recreatiebranche en de toenemende mondigheid en vindingrijkheid van de burger zullen mede debet zijn aan deze toename. Permanente bewoning heeft heden ten dage ook de aandacht van rijk en provincie. De provincie tracht al sinds langere tijd om deze problematiek aan te pakken. Sinds enige tijd staat de problematiek ook op rijksniveau op de agenda. De minister heeft in 2003 alle gemeenten gesommeerd om werk te maken van de bestrijding van permanente bewoning en dienaangaande uiterlijk 1 januari 2005 beleid te ontwikkelen en duidelijkheid te bieden aan de burgers die op dit moment recreatieverblijven permanent bewonen. Deze factoren (stijging van het aantal permanente bewoningen, wens van de minister) hebben er toe geleid dat ook de gemeente Oldebroek er toe overgegaan is om specifiek beleid op dit terrein te ontwikkelen. Dit beleid is, zoals gezegd, niet nieuw. Het beleid kan gezien worden als een nadere uitwerking van het al sinds de jaren ‘80 gevoerde beleid inzake niet permanente woongelegenheden en van de sinds juni 2003 in werking getreden algemene gemeentelijke beleidsnota ”handhaving Bouwen en Ruimtelijke Ordening”. Gelet op de specifieke problematiek, alsmede gelet op de wens van de minister om specifiek beleid ten aanzien van recreatieverblijven te ontwikkelen, beperkt de nota zich tot permanente bewoning van recreatieverblijven. Hieruit kan niet worden afgeleid dat permanente bewoning van andere objecten (bijvoorbeeld schuren en andere bijgebouwen) wel toegestaan is. Permanente bewoning hiervan is niet toegestaan. De aanpak daarvan (een aanpak die zich overigens niet beperkt tot de bewoning sec, maar ook op de daaraan voorafgaande illegale verbouw) valt onder het reguliere handhavingbeleid.

Rechtspraak bij dit artikel