Het huidige gemeentelijk beleid inzake permanente bewoning van recreatieverblijven vloeit voort uit een aantal documenten, die achtereenvolgens, in chronologische volgorde, zullen worden belicht.
beleidsnota sanering niet permanente noodwoongelegenheden
Deze beleidsnota welke totstandgekomen is in overleg met de provincie en in 1982 in werking trad, kan gezien worden als de start van het gemeentelijk beleid inzake de bestrijding van dit fenomeen. Eind jaren ’70 werd duidelijk dat in de gemeente een groot aantal objecten oneigenlijk gebruikt werd voor bewoning. Deze oneigenlijke woongelegenheden betroffen overigens niet alleen recreatiewoningen, maar voornamelijk andersoortige objecten als schuren, voormalige agrarische bedrijfsgebouwen e.d. Teneinde deze ontwikkeling te keren is het hele gemeentelijk grondgebied geïnventariseerd op dit soort oneigenlijke woongelegenheden. De uit deze inventarisatie gekomen objecten, zijn op een inventarisatielijst gekomen en hebben de planologische status van woning gekregen.
Het beleid hield daarnaast in dat nieuwe oneigenlijke bewoning zoveel mogelijk voorkomen en bestreden zou worden. Vanaf begin jaren ’80 is dan ook op basis van de geldende bestemmingen opgetreden tegen nieuwe oneigenlijke bewoningen, waaronder permanente bewoning van recreatieverblijven.
bestemmingsplan Buitengebied 1973-1980
In dit bestemmingsplan, dat in 1982 in werking getreden is, hebben de recreatieter-reinen een recreatieve bestemming toegekend gekregen en vallen solitaire recreatie-verblijven onder het overgangsrecht. Op grond van de algemene gebruiksbepaling (het is verboden gronden en opstallen te gebruiken in strijd met hun bestemming) is het verboden om recreatieverblijven permanent te bewonen.
Op basis van dit bestemmingsplan zijn vanaf het moment van in werking treden tot de dag van vandaag vele handhavingsacties inzake permanente bewoning opgestart en afgerond.
Met de aanstaande inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan Oldebroek-Zuid, zoals dat op 28 september 2004 door GS is goedgekeurd en dat een algehele herziening van bestemmingsplan Buitengebied 1973-1980 behelst, zal het oude bestemmingplan nog slechts zijn gelding behouden voor het buiten het nieuwe bestemmingsplan gehouden recreatiepark Landgoed ’t Loo.
bestemmingsplan Wezep-West III,1982
Camping Heidehoek viel aanvankelijk onder bestemmingsplan Buitengebied 1973-1980. In verband met een bedrijfstechnische noodzakelijke uitbreiding van de cam-ping en aantal ontwikkelingen bij de naburige in de kern Wezep gelegen bedrijven, is de camping meegenomen in het bestemmingsplan Wezep-West III, 1982.
In dit bestemmingsplan, dat op 5 oktober 1984 in werking getreden is, heeft de cam-ping een recreatieve bestemming toegekend gekregen. Het bestemmingsplan stelt als eis dat de oppervlakte van een kampeercentrum minimaal 10 hectare bedraagt. Op grond van de algemene gebruiksbepaling (het is verboden gronden en opstallen te gebruiken in strijd met hun bestemming) is het verboden om recreatieverblijven permanent te bewonen.
Op basis van dit bestemmingsplan is een zeer beperkt aantal handhavingsacties in-zake permanente bewoning opgestart en afgerond.
Met de aanstaande inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan Oldebroek-Zuid, zoals dat op 28 september 2004 door GS is goedgekeurd, keert de camping terug in het bestemmingsplan waar het thuishoort en zal de regeling van het oude bestemmingplan komen te vervallen.
bestemmingsplan Buitengebied Oosterwolde
Binnen dit bestemmingsplan dat in werking getreden is op 14 augustus 1990, valt één solitair recreatieverblijf. Dit recreatieverblijf valt onder het overgangsrecht. Op grond van de algemene gebruiksbepaling (het is verboden gronden en opstallen te gebruiken in strijd met hun bestemming) is het verboden om het object permanent te bewonen. Van permanente bewoning is tot op heden niet gebleken.
bestemmingsplan recreatiepark Mulligen
Deze voormalige camping viel oorspronkelijk onder het bestemmingsplan Buitengebied 1973-1980. Ontwikkelingen op de camping (i.c. uitponding van het terrein) maakten het noodzakelijk om voor dit park een afzonderlijk bestemmingsplan in procedure te brengen. Dit bestemmingsplan, dat op 20 november 1997 in werking getreden is, kent aan het (verkavelde) terrein een recreatieve bestemming toe. Het bestemmingsplan bepaalt zowel in de beschrijving in hoofdlijnen, als in de gebruiksvoorschriften expliciet dat permanente bewoning van de recreatieverblijven niet toegestaan is. Mede ter voorkoming van permanente bewoning laat het bestemmingsplan slechts een bijgebouw van geringe afmetingen (6 m²) toe. Via gerichte voorlichting, zeer strikte toepassing van de bebouwingsvoorschriften, het niet verlenen van vrijstellingen voor niet op grond van het bestemmingsplan toegestane bebouwing en via het in gang zetten van handhavingsacties, zowel op het gebied van illegale bouw, als illegale bewoning, wordt tot op heden getracht om de permanente bewoning op het park tegen te gaan. Tot nog toe overigens zonder veel succes. Het verkavelde park dat gelegen is in één van de landschappelijk mooiste gebieden van de gemeente, blijkt een aantrekkelijk park voor permanente bewoning te blijven. Met name op dit park zullen de acties die permanente bewoning tegengaan, geïntensiveerd moeten worden.
Het recreatiepark valt buiten het nieuwe bestemmingsplan Oldebroek-Zuid, als gevolg waarvan het bestemmingsplan recreatiepark Mulligen voorlopig zijn gelding zal behouden.
beleidsnota handhaving Bouwen en Ruimtelijke Ordening
Deze beleidsnota, die medio 2003 in werking getreden is, is een algemene beleidsnota ter zake van de handhaving op het taakveld Bouwen en Ruimtelijke Ordening. De nota maakt voor het taakveld Bouwen en Ruimtelijke Ordening duidelijk wat handhaving inhoudt en op welke wijze de gemeente Oldebroek uitvoering geeft aan haar handhavingstaak. Daarbij zijn in de nota standaardprocedures en standaarddocumenten opgenomen en kent de nota een prioriteringssysteem. Ten aanzien van dit prioriteitensysteem geldt het volgende. De nota kent drie soorten overtredingen. Categorie I overtredingen zijn die overtredingen waarbij de veiligheid in het geding is. Deze overtredingen worden met absolute voorrang behandeld. Categorie II overtredingen betreft (o.m.) overtredingen waarvoor bijzonder beleid ontwikkeld is. Ook deze overtredingen worden met voorrang behandeld, zij het dat de urgentie minder hoog is dan de categorie I-overtredingen. Alle overige overtredingen vallen onder categorie III. Aan deze overtredingen wordt aan de hand van een aantal wegingsfactoren een puntenscore toegekend, waarbij de overtredingen met het hoogste aantal punten het eerst worden opgepakt.
Bij de uitvoering van dit algemene handhavingsbeleid worden permanente bewonin-gen nu al met voorrang, als categorie II overtredingen, behandeld.
In de beleidsnota is vermeld dat de nota gezien moet als een algemene beleidsnota die zonodig op deelterreinen kan worden uitgewerkt, waarbij een beleidsnota permanente bewoning met name wordt genoemd. De onderhavige beleidsnota permanente bewoning van recreatieverblijven moet dan ook gezien worden als een nadere uitwerking van dit in 2003 vastgestelde algemene handhavingsbeleid.
bestemmingsplan Buitengebied Oldebroek-Zuid
Dit nieuwe bestemmingsplan voor het zuidelijk deel van het buitengebied is op 17 februari 2004 door de gemeenteraad vastgesteld. Het bestemmingsplan is op 28 september 2004 door Gedeputeerde Staten goedgekeurd. De inwerkingtreding zal zijn op 24 november 2004, dan wel, als om een voorlopige voorziening wordt verzocht bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, zodra daar op beslist is.
Bijna alle solitaire recreatieverblijven vallen onder dit bestemmingsplan en ook camping De Wijckel, camping Heidehoek, camping IJsselheide en de voormalige jeugdherberg vallen onder dit bestemmingsplan. De recreatieterreinen hebben een positieve recreatieve bestemming toegekend gekregen (art. 7). De solitaire recreatieverblijven hebben een positieve aanduiding gekregen binnen de algemene bestemmingen Agrarisch Gebied (art. 4), Agrarisch Gebied met natuur- en landschapswaarden (art. 5) en Natuurgebied (art. 6).
Het bestemmingsplan kent een uitgebreide en uitgebalanceerde regeling die mede tot doel heeft dat permanente bewoning tegengegaan wordt, dan wel als effect hebben dat permanente bewoning bemoeilijkt wordt. Deze regeling bestaat uit de volgende onderdelen:
verbod van permanente bewoning is expliciet opgenomen in de gebruiksvoorschriften (artikel 21, lid 6)
in de gebruiksvoorschriften is een bepaling opgenomen waarin het niet bedrijfsmatig exploiteren van een recreatieterrein verboden is (artikel 21, lid 10)
duidelijke definitie van begrippen recreatiewoning en permanente bewoning, waarin een koppeling is gelegd met de regeling in de wet GBA
stringente bebouwingsvoorschriften:
beperkte maatvoering van een recreatieverblijf (60 m²)
beperkte omvang van een bijgebouw (6 m², max. 2,5 m hoog)
uitsluiten van de bouw van dakkapellen, serres en erkers
recreatieverblijf mag in slechts één bouwlaag worden opgericht
beperking van verschil in goothoogte en hoogte
- solitair binnen bestemming natuurgebied : 2,5m en 4m
- overig : 3m en 4m
verbod tot bouwen onder peil
gemeentelijk vrijstellingenbeleid
De gemeente heeft tot op heden geen expliciet op schrift gesteld vrijstellingbeleid. Dit betekent dat indien een verzoek om vrijstelling zich aandient, van geval tot geval beoordeeld wordt of er aanleiding is om vrijstelling te verlenen. Hierbij heeft de gemeente tot op heden de gedragslijn aangehangen dat bij de beoordeling of vrijstelling verleend zal worden, wordt aangesloten bij de bebouwingsvoorschriften van het nieuwe bestemmingsplan voor het buitengebied. Voor zover een bouwplan hier niet aan voldoet, wordt in beginsel geen vrijstelling verleend.
Hoofdstuk
Artikel 7.1.
huidig gemeentelijk beleid
Onderdeel van Beleidsnota bestrijding permanente bewoning van recreatieverblijven in de gemeente Oldebroek