Het rijksbeleid is verwoord in de brief van 11 november 2003 (M 207) van de minister van VROM aan de Tweede Kamer. Kort samengevat komt deze brief op het volgende neer.
De minister maakt onderscheid tussen permanente bewoningen van voor en die van na 31 oktober 2003. Voor alle situaties van permanente bewoningen die dateren van na 31 oktober 2003 dienen gemeenten onverwijld over te gaan tot actief handhavend optreden. Ten aanzien van de situaties van voor 31 oktober 2003 staat de minister een gedifferentieerdere aanpak voor, welke hieronder beschreven wordt.
legalisering (omzetting in woonbestemming)
De minister biedt aan gemeenten en provincies een zeer beperkte mogelijkheid voor legalisering van permanente bewoningen van voor 31 oktober 2003 op complexen van recreatiewoningen. Legalisatie is slechts mogelijk indien aan de volgende voorwaarden voldaan is:
het complex moet op 31 oktober 2003 in grote mate onrechtmatig bewoond blijken te zijn (onduidelijk is wat met in grote mate bedoeld wordt: gemakheidshalve wordt bij deze aangenomen dat meer dan de helft van de objecten permanent bewoond moet zijn);
het complex moet gelegen zijn buiten waardevolle en/of kwetsbare gebieden (Ecologische hoofdstructuur, Vogel- en Habitatrichtlijngebieden, Natuurbeschermingswetgebieden, bufferzones, Nationale Landschappen)
het complex mag thans (bedoeld is op 31 oktober 2003) niet bedrijfsmatig worden geëxploiteerd
de woningen moeten voldoen aan het Bouwbesluit (bedoeld is de voorschriften voor woningen, bestaande bouw) ;
bestemmingswijziging mag niet in strijd zijn met de toepasselijke milieuwetgeving
door de bestemmingswijziging mag de recreatiefunctie van het gebied niet in gevaar komen, dan wel mag er niet een nieuwe behoefte aan recreatiewoningen in het gebied ontstaan.
Hoewel solitaire objecten niet expliciet worden genoemd, moet worden aangenomen dat de mogelijkheid van legalisatie ook voor deze objecten geldt, uiteraard mits aan de bovengenoemde voorwaarden voldaan wordt.
persoonsgebonden beschikking
Ten aanzien van objecten die niet voor legalisering in aanmerking komen, dienen gemeenten actief tot handhaving over te gaan. Hierbij biedt de minister de mogelijkheid om voor bestaande gevallen persoonsgebonden beschikkingen te verlenen, die gebonden zijn aan het object en aan de bewoner en vervallen bij verhuizing of overlijden van de bewoner. Voor deze bestaande gevallen dient door de gemeente een peildatum te worden vastgesteld. Dit kan een reeds eerder vastgestelde peildatum zijn, dan wel, voor zover op dit moment nog niet handhavend wordt opgetreden een nieuwe peildatum, die echter niet mag liggen na 31 oktober 2003.
Tot slot is een persoongebonden beschikking slechts mogelijk voor zover het object voldoet aan het Bouwbesluit en het bewonen niet in strijd is met de milieuregelgeving.
De minister verlangt dat gemeenten uiterlijk 31 december 2004 uitsluitsel geven aan burgers en aan de minister over de gemeentelijke uitwerking van deze rijksbeleidslijn, bij gebreke waarvan de minister zonodig gebruik zal maken van haar interventie-instrumentarium van de Wet op de Ruimtelijke Ordening Uiterlijk 31 december 2005 dient de planologische vertaalslag plaatsgevonden te hebben en dient de handhaving aantoonbaar geëffectueerd te zijn.
Teneinde nieuwe probleemsituaties te voorkomen zal slechts, indien aan stringente voorwaarden voldaan is, medewerking verleend worden aan nieuwe recreatieverblijven/-complexen. Omdat dit aspect buiten het bestek van deze beleidsnota valt, wordt voor dit onderdeel van het rijksbeleid verwezen naar onderdeel 4 van de brief van de minister, welke als bijlage bij deze beleidsnota is gevoegd.
Ten behoeve van het opstellen van een tussenrapportage aan de minister heeft de inspectie VROM de gemeenten verzocht om (reeds bekende) gegevens inzake aantallen recreatiewoningen, gevallen van permanente bewoning, bestaand beleid etc. te verstrekken. Bedoelde gegevens zijn in week 23 van 2004 en nogmaals op 2 augustus jl. aan de inspectie verstrekt.
Onderhavige beleidsnota geldt mede als reactie op de brief van de minister.
Hoofdstuk
Artikel 7.3
rijksbeleid
Onderdeel van Beleidsnota bestrijding permanente bewoning van recreatieverblijven in de gemeente Oldebroek