Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8

gemeentelijk beleid i.r.t. standpunt minister

Onderdeel van Beleidsnota bestrijding permanente bewoning van recreatieverblijven in de gemeente Oldebroek

Geoordeeld moet worden dat het schrijven van de minister geen aanleiding geeft tot het legaliseren van in de gemeente voorkomende permanente bewoningen, dan wel, het afgeven van persoongebonden beschikkingen. De redenen daarvoor worden hieronder beschreven. Ten aanzien van park Mulligen geldt dat de situatie daar aanleiding gegeven heeft om dit park van een afzonderlijke analyse te voorzien, welke als bijlage 4 bij deze nota is gevoegd. criteria minister In de eerste plaats moet geoordeeld worden dat de door de minister genoemde criteria voor legalisering dermate stringent zijn, dat geen van de in de gemeente aanwezige recreatieterreinen en solitaire objecten aan alle criteria voldoen. alle recreatieterreinen en nagenoeg alle solitaire objecten liggen in of in de zeer directe nabijheid van waardevolle gebieden bij geen van de recreatieterreinen werd op 31 oktober 2003 in de meerderheid van de objecten permanent bewoond. de in de gemeente aanwezige recreatieverblijven voldoen veelal niet aan de normen van het Bouwbesluit (woningen, bestaande bouw). Ten aanzien van recreatiepark Mulligen wordt voor dit punt verwezen naar bijlage 4 de in de gemeente aanwezige recreatieterreinen worden bedrijfsmatig geëxploiteerd. Het park Mulligen is hierop een uitzondering, zij dat ook hier nog immer sprake is van een (beperkte) centrale beheersfunctie (die ook in het bestemmingsplan is voorgeschreven) daar de gemeente niet rijk bezaaid is met recreatieterreinen, zou omzetting van een recreatieterrein naar een woonbestemming onmiskenbaar tot gevolg hebben dat de recreatieve waarde van de gemeente afneemt, hetgeen weer tot gevolg zou kunnen hebben dat de vraag naar nieuwe recreatieterreinen toeneemt. omzetting in een woonbestemming zou in een aantal gevallen in strijd komen met de milieuhygiënische voorschriften (afstand tot naastgelegen bedrijven met milieuhygiënische uitstraling). doorkruising geldend gemeentelijk beleid Wellicht nog belangrijker dan het onder a genoemde argument, betreft het feit dat het legaliseren van op 31 oktober 2003 voorkomende permanente bewoning, dan wel het verstrekken van levenslange persoonlijke gedoogtoestemmingen een flagrante doorkruising zou betekenen van het reeds sinds begin jaren ’80 geldende ruimtelijk en handhavingsbeleid, zoals dat uitgebreid beschreven is in hoofdstuk 5 van deze beleidsnota. De gemeente tracht, zoals gezegd, al sinds begin jaren ’80 de bewoning van allerlei oneigenlijke woongelegenheden tegen te gaan, heeft daartoe de nodige handhavingsacties gevoerd en heeft meest recent een uitgebreide regeling in het bestemmingsplan Buitengebied Oldebroek-Zuid opgenomen, die o.m. tot doel heeft permanente bewoning moet tegengaan. Legalisatie en levenslange gedoogvergunningen hebben een onmiskenbare negatieve invloed op het karakter van het buitengebied tot gevolg (toenemende verstedelijking). Gewezen zij in dit verband naar de in hoofdstuk 5 genoemde negatieve effecten. Belangrijk in dit kader is ook dat de gemeente al sinds jaar en dag duidelijk gemaakt heeft dat permanente bewoning van recreatieverblijven niet toegestaan is en niet getolereerd zal worden. Nimmer is van gemeentewege een ander signaal naar voren gebracht. Dat permanente bewoning in onze gemeente plaatsvindt, vindt dan ook niet zijn grondslag in een onduidelijk standpunt van de gemeente of in onwetendheid van de burger, maar in factoren als burgers die bewust (tegen beter weten in) een recreatieverblijf gaan bewonen, vindingrijkheid van de burger om de regels te omzeilen en in een gebrekkig handhavingsinstrumentarium, dat het, zeker toen de gemeente een aantal jaren te kampen had met een ambtelijke onderbezetting, maar ook in de jaren nadien, adequaat optreden ernstig bemoeilijkte en nog steeds bemoeilijkt. willekeur en geloofwaardigheid gemeente Met punt b hangt samen het feit dat de door de minister genoemde datum van 31 oktober 2003 een voor onze gemeente volstrekt willekeurige uitwerking zou hebben en onaanvaardbaar afbreuk zou doen aan de geloofwaardigheid van de gemeente. Immers burgers die overeenkomstig de geldende regels en op basis van het door onze gemeente gevoerd beleid hebben afgezien van permanente bewoning van een recreatieverblijf, dan wel deze voor 31 oktober 2003 hebben beëindigd, zouden benadeeld worden ten opzichte van burgers die hebben volhard in hun overtreding. Opvattingen als “de aanhouder wint”, “misdaad loont” en de “onbetrouwbare gemeente” zouden al snel (en niet geheel ten onrechte) binnen de samenleving gaan leven. standpunt provincie Ten aanzien van de mogelijkheid van legalisering geldt dat de provincie hier fel te-genstander van is. Afgezien van het feit dat dit ook om andere redenen niet mogelijk is (zie a tot en met c), zou legalisering zonder meer tot een conflict met de provincie leiden. conclusie Het huidig gemeentelijk beleid inzake permanente bewoning zal gecontinueerd worden: permanente bewoning van recreatieverblijven is niet toegestaan en zal door de gemeente bestreden worden. De gemeente zal geen medewerking verlenen aan legalisatie en zal geen levenslange persoonlijke gedoogvergunningen verstrekken.

Rechtspraak bij dit artikel