Indien voldoende bewijsmateriaal is verzameld en betrokkene het recreatieverblijf niet vrijwillig heeft verlaten, dient overgegaan te worden tot het opleggen en zonodig ten uitvoer leggen van een bestuurlijke dwangmaatregel. Hierbij gelden de procedu-res en standaarden van de beleidsnota handhaving Bouwen en Ruimtelijke Orde-ning. Ook gelden de in deze beleidsnota opgenomen beleidsuitgangspunten, waaronder die dat bij voorkeur een bestuurlijke dwangsom wordt opgelegd.
Ten aanzien van de regeling in de beleidsnota handhaving gelden voor permanente bewoning twee uitzonderingen.
De beleidsnota Bouwen en Ruimtelijke Ordening kent in het handhavingstraject grofweg drie fasen, de constateringsfase (ambtelijke constatering), de voorwaarschuwingsfase (principebeslissing burgemeester en wethouders) en de dwangmaatregelfase (horen en opleggen dwangmaatregel). Deze voorwaarschuwingsfase is destijds geïntroduceerd om de burger die een overtreding begaat niet onmiddellijk te confronteren met een dwangmaatregel, doch hem om op basis van een standpunt van burgemeester en wethouders enige tijd de gelegenheid te geven de overtreding vrijwillig te beëindigen.
De meerwaarde van deze voorwaarschuwingsfase is voor permanente bewoning nihil. Reden daarvoor betreft het feit dat de constateringsfase (constateren en bewijslast verzamelen) in zijn algemeenheid veel langer en contactintensiever is dan bij dan bij reguliere overtredingen(gedurende de controles is er veel meer contact tussen de overtreder en de gemeente), waardoor de overtreder relatief lange tijd heeft om de overtreding vrijwillig te beëindigen. Het in stand laten van de voorwaarschuwingsfase zou dan ook slechts contraproductief zijn (rekken van de procedure). Dit betekent dat in het kader van de permanente bewoning slechts twee fasen gelden.
fase
activiteit
constateringsfase
controle, constaterings- c.q. vermoeden-brief, hercontroles, aanvullend bewijs zoeken
dwangmaatregelfase
horen, hercontroles, opleggen dwang-maatregel
Een tweede belangrijke uitzonderingen ten opzichte van de beleidsnota handhaving betreft de termijnstelling in de dwangmaatregel. In de beleidsnota handhaving Bouwen en R.O. wordt als vuistregel een termijn van 8 weken genoemd, waarbij afhankelijk van de complexiteit, spoedeisendheid of bijzondere omstandigheden van het geval een kortere of langere termijn kan worden gesteld.
Op grond van bestaande jurisprudentie dient in een dwangmaatregel een redelijke termijn gesteld te worden. waarbinnen de overtreding vrijwillig beëindigd kan worden. De termijn mag niet te kort zijn omdat deze anders geen rechterlijke goedkeuring zal verkrijgen en beroepsprocedures zal uitlokken. Anderzijds dient de termijn ook weer niet te lang te zijn, omdat een te lange termijnstelling juist overtredingen uitlokt.
De reguliere termijn van 8 weken achten wij bij permanente bewoning te kort. Nu het hier gaat om een primaire levensbehoefte (wonen), zijn wij van mening dat betrokkenen voldoende tijd moeten hebben om elders legale woonruimte te krijgen en in te richten en, voor zover noodzakelijk, tot verkoop van het recreatieverblijf over te gaan. Dit betekent dat in beginsel een termijn van een half jaar zal worden gesteld. Indien mocht blijken dat op grote schaal misbruik gemaakt gaat worden van deze termijn, dan zal besloten worden om deze termijn korter te stellen.
Ook hier geldt overigens dat de termijn van een half jaar een richtlijn is. Afhankelijk van de complexiteit van de zaak, spoedeisendheid of bijzondere omstandigheden van het geval, kan een kortere of langere termijn worden gesteld.
Hoofdstuk
Artikel 9.3.
toepassing dwangmaatregelen
Onderdeel van Beleidsnota bestrijding permanente bewoning van recreatieverblijven in de gemeente Oldebroek