Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Wettelijke en gemeentelijke (beleids)kader

Onderdeel van Beleidsnota categoriale bijzondere bijstand maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen "Kinderen doen mee"

Categoriale bijzondere bijstand werd bij de inwerkingtreding van de WWB aan banden gelegd. Het aan banden leggen werd ingegeven doordat uit verschillende onderzoeken was gebleken dat aan categoriale bijzondere bijstand overwegende bezwaren kleven, zoals ongerichte inkomenssuppletie, doorkruising van het aan het rijk voorbehouden algemene inkomensbeleid en armoedevaleffecten. Categoriale bijzondere bijstand Categoriale bijzondere bijstand kan verstrekt worden voor bepaalde kosten die kunnen worden gerelateerd aan het behoren tot een groep of categorie personen, ongeacht of, en zo ja in welke mate de desbetreffende kosten in het individuele geval daadwerkelijke noodzakelijk en feitelijk gemaakt zijn. In het Coalitieakkoord en het bestuurlijke akkoord met gemeenten worden nu nieuwe bewegingen voorgesteld. Die beogen meer armslag voor gemeenten bij gerichte ondersteuning van huishoudens met kinderen ter bevordering van de maatschappelijke participatie van kinderen en deregulering van de langdurigheidstoeslag. Wettelijk kader Gemeenten kunnen op grond van artikel 35 WWB categoriale bijzondere bijstand verstrekken, dus zonder na te gaan of de kosten waarvoor die bijstand wordt verleend in het geval van aanvrager daadwerkelijk noodzakelijk en gemaakt zijn, ten behoeve van: personen van 65 jaar of ouder, waar het kosten betreft die voor deze categorie, gezien de bijzondere omstandigheden waarin die zich bevindt, leiden tot bepaalde noodzakelijke kosten van het bestaan waarin de algemene bijstand niet voorziet en die de aanwezige draagkracht te boven gaan; personen van 18 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar ten behoeve van: de kosten van een chronische ziekte of handicap; de kosten van deelname van schoolgaande kinderen aan sport, cultuur of andere activiteiten gericht op maatschappelijke participatie van deze kinderen; het is de bedoeling deze categoriale bijzondere bijstand zoveel mogelijk in natura te verstrekken, tenzij er redenen zijn hiervan af te wijken. Voorts kunnen gemeenten aan personen van 18 jaar of ouder bijzondere bijstand verlenen in de vorm van een collectieve (aanvullende) ziektekostenverzekering. Gemeentelijke kader Het gemeentelijk beleid inzake de verlening van categoriale bijzondere bijstand dient te voldoen aan de algemene randvoorwaarden: De gemeentelijke regeling mag geen overlap kennen met een voorliggende voorziening (artikel 15 WWB), zoals bijv. de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS) en andere regelingen ten behoeve van huishoudens met kinderen om doorkruising van het algemene inkomensbeleid te voorkomen; De tegemoetkoming dient betrekking te hebben op het bestrijden van kosten. Ongerichte inkomenssuppleties, zijn niet toegestaan; De doelgroep is onafhankelijk van de bron van het inkomen, zodat de categoriale voorziening niet alleen toegankelijk is voor WWB-gerechtigden, maar ook voor andere uitkeringsgerechtigden en voor degenen met een inkomen uit arbeid. Hiermee wordt voorkomen dat nieuwe elementen worden toegevoegd aan de armoedeval; Uit het oogpunt van rechtsgelijkheid zal door middel van een individualiserende toepassing van de wet, de bijzondere bijstand eveneens verstrekt moeten worden aan degene die niet primair tot de doelgroep behoort, maar die voor het overige in vergelijkbare omstandigheden verkeert. Hierbij wordt de voorziening afgestemd op de mate waarin de situatie van de betrokkene verschilt van degene die primair tot de doelgroep behoort .

Rechtspraak bij dit artikel