Met het vaststellen van het beleid over uitwegen worden de volgende doelstellingen beoogd:
Interne uitvoeringsregels;
Het creëren van een nul-situatie; bij het noemen van de voorwaarden die verbonden zijn aan de aanleg van een uitweg (b.v. de maximale breedte) wordt door de aanvrager regelmatig verwezen naar een, in het verleden, aangelegde uitrit die ook niet aan deze voorwaarden voldoet. Door het vaststellen van het beleid ontstaat er een 0-situatie, waardoor de aanvrager (bijvoorbeeld in een bezwarenprocedure) niet meer naar deze uitwegen kan verwijzen;
Duidelijkheid; duidelijkheid voor zowel de inwoners van de gemeente als voor het ambtelijk apparaat;
Hierdoor zal het in de toekomst mogelijk zijn om het beleid rechtvaardig toe te passen en adequaat te handhaven.
Onder de ‘uitwegen’, worden in deze beleidsnotitie tevens ‘uitritten’, ‘opritten’ en ‘inritten’ verstaan. Daarnaast wordt in deze notitie enkel uitwegen behandeld naar ‘bestemmingen’ (bijvoorbeeld woningen en bedrijven). Uitwegconstructies op kruispunten van wegen vallen niet onder deze notitie. Bij de breedte van een uitweg is voor de vergunningverlening van belang, de breedte van het gedeelte dat grenst aan de openbare weg.
Voor bestrating naar de voordeur hoeft geen uitwegvergunning aangevraagd te worden zolang er geen ruimte voor minimaal een personenauto ontstaat.