De onderdelen 2 tot en met 5 worden niet toegepast als:
de aanslag kan worden opgelegd aan degene die voor het voorgaande belastingtijdvak of kalenderjaar de aanslag heeft gekregen, gezorgd heeft dat de aanslag betaald is en nog steeds belastingplichtig is;
één van de mogelijke belastingplichtigen schriftelijk heeft verzocht om de betrokken aanslag op zijn/haar naam te zetten. Dit mag niet leiden tot een mogelijke situatie dat de belasting niet kan worden betaald of ingevorderd.
Hoofdstuk
Artikel 6
Uitzonderingen op de voorkeursvolgorde
Onderdeel van Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie