Onder de naam "onroerende-zaakbelastingen" worden voor binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven, namelijk:
een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, wel of niet door eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting;
een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft door eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting.
Bij de gebruikersbelasting wordt:
gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, beschouwd als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven mag de belasting verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;
het voor korte perioden aan verschillende gebruikers ter beschikking stellen van een onroerende zaak beschouwd als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld mag de belasting verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.
Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende door eigendom, bezit of beperkt recht beschouwd degene die bij het begin van het kalenderjaar zo in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat de gegevens in de kadastrale registratie niet juist zijn.