1. Voor het onderhoudsrecht dat per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.
2. Voor het onderhoudsrecht dat is bedoeld in de artikelen 3.3 tot en met 3.6 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht.
3. Het onderhoudsrecht is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, als dat later is, bij het begin van de belastingplicht.
4. Als de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak begint, is het in de artikelen 3.1 en 3.2 van de tarieventabel bedoelde onderhoudsrecht per jaar verschuldigd over de in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, resterende volledige kalendermaanden. De hoogte van de belasting wordt berekend door het tarief per belastingjaar te delen door twaalf en de uitkomst te vermenigvuldigen met het resterende aantal volledige kalendermaanden.
5. Als de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat recht op ontheffing voor het in de artikelen 3.1 en 3.2 van de tarieventabel bedoelde onderhoudsrecht per jaar voor de in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, resterende volledige kalendermaanden. De hoogte van de ontheffing wordt berekend door het tarief per belastingjaar te delen door twaalf en de uitkomst te vermenigvuldigen met het resterende aantal volledige kalendermaanden.
Artikel 6
Belastingjaar, ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsduur van het onderhoudsrecht
Onderdeel van Verordening rechten gemeentelijke begraafplaats 2013