De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:
1. door degene, die:
a verblijft in een toegelaten instelling, zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;
b tijdelijk in de gemeente verblijft als deelnemer aan een zogenaamde schoolwerkweek of aan een zogenaamd landgoedwerkkamp en die niet ouder is dan 12 jaar;
2. van een vreemdeling zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g en h van die wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt zoals bedoeld in artikel 1 van deze verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.
3. Als het aantal overnachtingen, waartoe gelegenheid wordt of is gegeven tijdens het belastingjaar minder dan honderd is of zal zijn, dan wordt geen belastingaanslag opgelegd.