Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.1

Aanleiding/achtergrond

Onderdeel van Beleidsregels m.b.t. de (ontheffing van de) arbeidsverplichting van alleenstaande ouders

Op 1 januari 2009 is het wetsvoorstel verbetering arbeidsmarktpositie alleenstaande ouders in werking getreden. Dit is geregeld in het nieuwe artikel 9a WWB . Op grond van dit artikel dient het college een alleenstaande ouder die de zorg heeft voor een kind (waaronder mede wordt verstaan een pleegkind) dat de leeftijd van vijf jaar nog niet heeft bereikt op diens verzoek te ontheffen van de arbeidsplicht. Deze ontheffing duurt maximaal zes jaar en wordt gecombineerd met een scholingsplicht. Deze scholingsplicht heeft als doel om na de periode van vrijstelling een baan te vinden. Het wetsvoorstel vloeit voort uit het coalitieakkoord en is tevens opgenomen in het tussen het Rijk en de VNG afgesloten Bestuursakkoord. Ook voor alleenstaande ouders geldt dat financiële zelfstandigheid door werk de voorkeur heeft boven uitkeringsafhankelijkheid. Alleenstaande ouders behoren tot één van de risicogroepen om in armoede te vervallen. Werk leidt tot economische zelfstandigheid en participatie in de maatschappij. In zijn algemeenheid geldt dat door arbeidsinschakeling niet alleen de alleenstaande ouders zelf, maar ook hun kinderen uiteindelijke profiteren van een betere sociaal-economische ontwikkeling. Daarmee kan een cultuur van armoede worden doorbroken. De arbeidsparticipatie van moeders in Nederland is in vergelijking met andere Europese landen laag. Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt echter dat steeds meer vrouwen het moederschap alleen te beperkend vinden en dat ze meer en meer waarde hechten aan betaalde arbeid .

Rechtspraak bij dit artikel