3.2.1 Plan van aanpak (lid 7)
Het college moet aan de alleenstaande ouder aan wie ontheffing is verleend van de arbeidsverplichting een reïntegratietraject aan te bieden. Binnen zes maanden na ontvangst van het verzoek tot ontheffing wordt een plan van aanpak opgesteld voor de invulling van een reïntegratievoorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling, of een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling.
Welke afspraken in het plan van aanpak worden gemaakt, is afhankelijk van de individuele omstandigheden en kan van geval tot geval verschillen. In het ene geval staat het de alleenstaande ouder duidelijk voor ogen welke opleiding, scholing of andere reïntegratieactiviteit hij in het kader van arbeidsinschakeling op termijn zou willen volgen. Hierover kunnen direct concrete afspraken in het plan van aanpak worden opgenomen. In het andere geval kan eerst een assessment of een beroepskeuze noodzakelijk zijn, alvorens tot de keuze te komen welke opleiding, scholing of reïntegratieactiviteit gevolgd kan worden. Hierover kunnen eveneens afspraken worden gemaakt die worden opgenomen in het plan van aanpak.
Om de kansen op de arbeidsmarkt te verbeteren is het ook van belang te kijken naar ervaringen die de alleenstaande ouders hebben opgedaan op de werkvloer of daarbuiten en deze ervaringen te erkennen met certificaten en diploma´s. Het erkennen van verworven competenties is een instrument om in beeld te brengen wat iemand kan en betreft herkenning van vaardigheden, juist ook die vaardigheden die buiten de schoolomgeving, zoals via werk, hobby´s en vrijwilligerswerk zijn opgedaan.
Uitgangspunt is dat er, gelet op de belastbaarheid van de betrokkene, een zodanig scholingsniveau wordt gerealiseerd dat er met een (deeltijd) baan de afhankelijkheid van de bijstand zoveel mogelijk wordt verminderd en zoveel mogelijk onafhankelijkheid van de bijstand kan worden verworven.
3.2.2 Geen startkwalificatie (lid 8)
Voor de alleenstaande ouder die niet beschikt over een startkwalificatie (MBO-diploma vanaf niveau 2, HAVO/VWO diploma) moet het traject in ieder geval voorzien in een scholing of opleiding die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert.
De regering verwacht dat scholing of opleiding gezien de levensfase waarin de jonge kinderen zich bevinden in het algemeen beter zal aansluiten bij het gezinsritme. Zo zal beter kunnen worden geregeld dat de schooltijden van de alleenstaande ouder aansluiten bij dit gezinsritme dan dat dit doorgaans het geval zal zijn bij werktijden.
In tegenstelling tot arbeidsinschakeling is de scholingsplicht daarnaast niet per definitie gericht op fulltime activiteiten, maar om de bekwaamheden en vaardigheden te behouden en te verbeteren, zodat bij scholing de zorgtaken flexibeler kunnen worden ingevuld dan bij arbeid in dienstbetrekking. Zo kan de scholingsplicht bijvoorbeeld worden ingevuld met thuisstudies.
3.2.3 Wel startkwalificatie (lid 9)
Voor de alleenstaande ouder die een startkwalificatie heeft, kan op verzoek van de belanghebbende een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2. lid 2 onderdeel a van de Wet educatie en beroepsonderwijs (MBO, beroepsopleidende leerweg) worden ingezet.
Voor deze doelgroep kan door middel van het inzetten van stages of vrijwilligerswerk, competenties en vaardigheden worden onderhouden.
Het uiteindelijke aanbod zal moeten passen binnen de voorzieningen die de gemeente Oldebroek heeft opgenomen in de Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand
3.2.4 Geen traject of afwijzing traject
Het traject wordt niet aangeboden of afgewezen als de scholing of opleiding de krachten of bekwaamheden van de alleenstaande ouder te boven gaat. Hierbij kan gedacht worden aan een verstandelijke/lichamelijke beperking of taalbarrière. In dat geval kunnen educatieopleidingen in worden gezet. Educatieopleidingen zijn met name bedoeld voor: analfabeten, mensen die vanwege tekortkomingen nog niet aan een beroepsopleidend traject kunnen deelnemen, hoogopgeleide allochtonen met beperkte Nederlandse taalvaardigheden, jongeren zonder diploma voortgezet onderwijs of startkwalificatie en mensen die een achterstand hebben ten aanzien van maatschappelijke participatie, zoals bijvoorbeeld digibeten.
Voor alleenstaande ouders die geen scholing of opleiding kunnen volgen blijft de algemene reïntegratieverplichting van artikel 9 lid 1 onder b WWB gelden. In dat geval wordt bekeken welke instrumenten gericht op maatschappelijke participatie kunnen worden ingezet, zodat na de periode van de ontheffing de kansen op uitstroom naar de arbeidsmarkt worden vergroot. Dit kan bijvoorbeeld inhouden vrijwilligerswerk in het kader van sociale activering. Hiermee worden de vaardigheden en competenties van de alleenstaande ouder vergroot, waardoor ook kansen op uitstroom na de periode van ontheffing toenemen.
In het geval dat een alleenstaande ouder niet kan voldoen aan de reïntegratie- c.q. scholingsplicht in verband met dringende redenen kan (tijdelijk) ontheffing worden verleend op grond van dringende redenen, artikel 9 lid 2 WWB. Zie ook § 3.2.6 en § 4.3.1.
3.2.5 Overgangsbepalingen (lid 10 en 11)
De alleenstaande ouder met een kind tot vijf jaar die op 1 januari 2009 op grond van artikel 9 lid 2 WWB tijdelijk ontheven is van een verplichting als bedoeld in artikel 9 lid 1 WWB behoudt die tijdelijke ontheffing tot het tijdstip dat in de desbetreffende beschikking is bepaald, maar uiterlijk tot twaalf maanden na inwerkingtreding van de Wet ontheffing arbeidsplicht alleenstaande ouders. Als de alleenstaande ouder voor het bereiken van de datum in de beschikking een verzoek doet om ontheffing van de arbeidsverplichting dan blijft de ´oude´ reeds bestaande ontheffing doorlopen tot het moment waarop het college heeft beslist op het verzoek.
Als de alleenstaande ouder een verzoek tot ontheffing van de arbeidsverplichting heeft ingediend zes maanden na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel stelt het college uiterlijk binnen twaalf maanden na inwerkingtreding een plan van aanpak op. Voor nieuwe instroom is het nieuwe artikel 9a WWB gelijk van toepassing.
3.2.6 Afstemming
Het niet nakomen van verplichtingen leidt tot verlaging van de uitkering. Op grond van artikel 18 lid 2 WWB verlaagt het college overeenkomstig de Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2008 de uitkering indien de belanghebbende de verplichtingen die zijn verbonden aan de bijstandsuitkering niet of niet voldoende nakomt.
Indien uit de houding of gedragingen dubbelzinnig blijkt dat de alleenstaande ouder de verplichtingen verbonden aan de reïntegratie- of scholingsplicht niet wil nakomen wordt de ontheffing niet verleend of opgeschort.
3.2.7 Alleenstaande ouders met kinderen van 5 jaar en ouder
Op het moment dat de maximale ontheffingsperiode is bereikt of in de periode het jongste kind 5 jaar is geworden, gaat in beginsel de arbeidsverplichting gelden. De alleenstaande ouder heeft in die gevallen geen recht meer op een ontheffing van de arbeidsverplichting. Het college kan echter, net als in de huidige situatie, een individuele ontheffing verlenen op grond van dringende redenen, waaronder ook zorgtaken kunnen vallen voor zover hiermee geen rekening kan worden gehouden door middel van een voorziening. Naarmate de werkloosheid langer duurt, is er een grotere kans op permanent verblijf in de uitkering.
Het feit dat in de meeste gevallen in de voorafgaande periode een ontheffing is verleend in combinatie met de verplichting tot het volgen van scholing speelt daarbij ook een rol. De alleenstaande ouder heeft zich daarmee in voldoende mate kunnen instellen en voorbereiden op een terugkeer naar de arbeidsmarkt.
Evenals in de huidige situatie blijft echter wel gelden dat voor de alleenstaande ouders met kinderen tot 12 jaar de verplichting tot het accepteren van algemeen geaccepteerde arbeid alleen kan worden opgelegd indien het college zich genoegzaam heeft overtuigd van:
de beschikbaarheid van passende kinderopvang, tussenschoolse opvang en buitenschoolse opvang en de aansluiting op schooltijden;
de toepassing van voldoende scholing: uitgangspunt hierbij is dat er, gelet op de belastbaarheid van de betrokkene, een zodanig scholingsniveau wordt gerealiseerd dat er met een deeltijdbaan onafhankelijkheid van de bijstand kan worden verworven.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2
Traject tot behoud of versterking van de arbeidsmarktpositie
Onderdeel van Beleidsregels m.b.t. de (ontheffing van de) arbeidsverplichting van alleenstaande ouders