Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden.
Het college kan een voorziening beëindigen dan wel wijzigen indien:
de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 5 niet nakomt;
indien de persoon die van een voorziening gebruikmaakt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet;
indien de persoon die van een voorziening gebruikmaakt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening;
indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling.
Het college kan ten aanzien van de voorzieningen, met inachtneming van hetgeen daarover in het beleidsplan is bepaald, nadere regels stellen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op:
de voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden;
de weigeringsgronden bij het aanbieden van voorzieningen;
de betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten;
het vragen van een eigen bijdrage;
overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van subsidies.
HOOFDSTUK 3
Artikel 9
Algemene bepalingen over voorzieningen
Onderdeel van Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2008