Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 10.

Vaststelling bedragen woonvoorzieningen.

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldebroek

10.1. De financiële tegemoetkoming minus het eigen aandeel of het persoonsgebonden budget minus de eigen bijdrage voor woonvoorzieningen wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte. 10.2. 1. Het in artikel 21 van de van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning genoemde afschrijvingsschema van 10 jaar luidt als volgt: - voor het eerste jaar : 100% van de meerwaarde; - voor het tweede jaar : 90% van de meerwaarde; - voor het derde jaar : 80% van de meerwaarde; - voor het vierde jaar : 70% van de meerwaarde; - voor het vijfde jaar : 60% van de meerwaarde; - voor het zesde jaar : 50% van de meerwaarde; - voor het zevende jaar : 40% van de meerwaarde; - voor het achtste jaar : 30% van de meerwaarde; - voor het negende jaar : 20% van de meerwaarde; - voor het tiende jaar : 10% van de meerwaarde. 2. Artikel 21 wordt toegepast in die situaties waarbij de aanpassingskosten meer dan € 15.000,00 hebben bedragen. 3. Om de meerwaarde van de woning bij verkoop vast te stellen wordt bij verkoop van de woning de op dat moment toepasselijke WOZ waarde plus 10% als basis genomen. 10.3. Het bedrag voor de verhuiskostenvergoeding als genoemd in artikel 15 onder a van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning bedraagt: voor een alleenstaande € 3.036,00; voor alleenstaande ouder € 4,554,00, een echtpaar € 4.554,00. 10.4. Het bedrag dat als maximum verstrekt wordt bij het bezoekbaar maken als genoemd in artikel 19 lid 2 tot en met 5 van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning bedraagt € 5.060,00.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel