De huisvestingsvergunning wordt verleend indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
het huishouden dat de huisvestingsvergunning aanvraagt, behoort tot de ingevolge paragraaf 2 aangewezen categorieën van woningzoekenden die voor het verkrijgen van een huisvestingsvergunning in aanmerking komen;
de woonruimte wordt met toepassing van het bepaalde in paragraaf 5 passend geacht voor het huishouden dat de huisvestingsvergunning aanvraagt.
Deze voorwaarde is niet van toepassing op de eigenaar van een (bestaande/nieuwbouw-) koopwoning, die de woning zelf gaat bewonen.
In afwijking van het in het eerste lid bepaalde kan de huisvestingsvergunning eveneens worden verleend indien de woonruimte met toepassing van het bepaalde in paragraaf 5 passender geacht wordt voor het huishouden dat de huisvestingsvergunning aanvraagt dan de woonruimte welke het huishouden verlaat.
In afwijking van het in het eerste lid, onder a, bepaalde kan de huisvestingsvergunning eveneens worden verleend aan de eigenaar van een woning, die nadat de executoriale verkoop heeft plaatsgevonden, als eerste bewoner de woning betrekt, die is verkocht op basis van artikel 3:268 van het Burgerlijk Wetboek.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 4.
Artikel 13
Criteria voor vergunningverlening
Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Oldebroek 1998