Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, besluit het college tot beëindiging van de schuldhulpverlening als:
het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond;
de aanvrager niet langer voldoet aan het bepaalde onder artikel 2;
de schuldenaar zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van schulden;
de aanvrager, na daartoe nogmaals te zijn aangemaand, niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 4;
op grond van onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan belanghebbende is toegekend, terwijl als dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen;
belanghebbende zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject, misdraagt;
de schuldenaar in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren;
de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar, niet (langer) passend is.