Voordat het college het programma en het overzicht
vaststelt, worden de bevoegde gezagsorganen in een overleg
in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de voorgenomen
inhoud van dat voorstel naar voren te brengen.
Het overleg als bedoel in het eerste lid vindt plaatst voor
15 september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop
het vast te stellen programma betrekking heeft. De bevoegde
gezagsorganen worden ten minste twee weken voor de door het
college vastgestelde datum schriftelijk in kennis gesteld
van het tijdstip van het overleg en de voorgenomen inhoud
van het voorstel.
De bevoegde gezagsorganen die niet deelnemen aan het overleg
als bedoeld in eerste lid, kunnen voor de in het tweede lid
genoemde datum hun zienswijzen schriftelijk kenbaar maken
aan het college. Het college stelt de deelnemers aan het
overleg van deze zienswijzen in kennis.
Het college maakt een verslag van de in het overleg door de
bevoegde gezagsorganen naar voren gebrachte zienswijzen. De
overeenkomstig het vorige lid tijdig ingediende zienswijzen
en de reactie van het college hierop worden opgenomen in het
verslag. Het verslag wordt binnen een maand na het overleg
toegezonden aan alle bevoegde gezagsorganen.
Een bevoegd gezag en het college kunnen de Onderwijsraad
verzoeken een advies uit te brengen over het
conceptprogramma. Het verzoek bevat een schriftelijk
gemotiveerde omschrijving van de onderwerpen waarover advies
wordt verwacht. Het advies dient betrekking te hebben op de
relatie tussen de voorgenomen inhoud van het programma en de
vrijheid van richting en inrichting. Het verzoek en de
daarover naar voren gebrachte zienswijzen worden opgenomen
in het verslag, bedoeld in het vierde lid.
Het college is belast met het indienen van een verzoek om
advies bij de Onderwijsraad. Het college zorgt ervoor dat de
Onderwijsraad alle stukken ontvangt die nodig zijn voor het
beoordelen van het verzoek, waaronder het verslag, bedoeld
in het vierde lid.
7. Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte
advies wordt zo spoedig mogelijk door het college
toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen. Als het geheel of
gedeeltelijk opvolgen van het advies zou leiden tot één of
meer inhoudelijke bijstellingen van de voorgenomen inhoud
van het programma worden de bevoegde gezagsorganen door het
college bij het toezenden van het afschrift van het advies
uitgenodigd voor een nader overleg. In alle andere gevallen
beoordeelt het college of nader bestuurlijk overleg over het
advies van de Onderwijsraad noodzakelijk is. Het college
geeft dit aan bij het toezenden van het afschrift van het
advies.
Nader overleg als bedoeld in het vorige lid vindt plaats
binnen twee weken nadat het advies van de Onderwijsraad aan
de bevoegde gezagsorganen is gezonden. Het college maakt van
dit overleg een verslag en voegt dit toe aan het verslag,
bedoeld in het vierde lid.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2
Artikel 10
Overleg programma en overzicht; advies Onderwijsraad
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2015