Als het bevoegd gezag aan het college schriftelijk meldt dat een
gebouw of terrein niet meer nodig is voor het huisvesten van een
school stelt het college vast of er mogelijk sprake is van
achterstallig onderhoud aan het gebouw of terrein.
Als het college vaststelt dat er sprake is van achterstallig
onderhoud wordt voordat de eigen-domsoverdracht plaatsvindt een
objectieve staat van onderhoud opgemaakt.
De staat van onderhoud wordt na overleg met het bevoegd gezag
opgemaakt in opdracht van het college.
Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd met het
bevoegd gezag.
Als uit de staat van onderhoud blijkt dat sprake is van
achterstallig onderhoud wordt in het overleg vastgesteld welk
deel hiervan voor rekening van het bevoegd gezag komt en of het
bevoegd gezag opdracht verstrekt voor het uitvoeren van de
werkzaamheden, of dat het bevoegd gezag een in overleg vast te
stellen bedrag aan het college betaalt. Als geen overeenstemming
wordt bereikt, stellen partijen vast welke handelwijze verder
gevolgd wordt.
Het opmaken van een staat van onderhoud blijft achterwege als
dit naar het oordeel van het college niet nodig is.
Hoofdstuk 5
Artikel 28
Staat van onderhoud
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2015