Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die
niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
Wet werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht.
In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: de Wet werk en bijstand;
college: college van burgemeester en wethouders van de
gemeente Losser;
alleenstaande: een alleenstaande als bedoeld in
artikel 4, lid 1 sub a van de wet;
alleenstaande ouder: een alleenstaande ouder als
bedoeld in artikel 4, lid 1 sub b van de wet;
gezin: een gezin als bedoeld in artikel 4, lid 1
sub c van de wet.
bijstandsnorm: de bijstandsnorm als bedoeld in artikel
5, sub c van de wet.
schoolgaand kind: ten laste komend kind van een ouder
met een laag inkomen tot 110% van de van toepassing
zijnde bijstandsnorm, dat onderwijs of een
beroepsopleiding volgt;
maatschappelijke participatie: een sociaal-culturele,
educatieve respectievelijk sportieve activiteit die
beoogt een sociaal isolement te voorkomen of te
doorbreken.
inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de
wet waarbij een eventuele bijstandsuitkering in
afwijking van artikel 32 van de wet, voor de beoordeling
van het recht op categoriale bijstand als inkomen wordt
gezien;
vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
wet op de aanvraagdatum;
bijdrage: de bijstand als bedoeld in artikel 35, lid 5
van de wet.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE PARTICIPATIE 2012