Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3 › Sub-paragraaf 3.4

Artikel 20a

Inburgering (doelmatigheid).

Onderdeel van Verzamelverordening Wet Werk en Bijstand 2012

1. Voor de uitkeringsgerechtigde die niet, niet tijdig of onvolledig voldoet aan de verplichting tot inburgering wordt het verlagen van de uitkering afgestemd op de Verordening Wet Inburgering, te weten: a. 20% van de bijstandsnorm als geen gehoor wordt gegeven aan de oproep van het college of onvoldoende medewerking wordt verleend aan het onderzoek tot inburgering; b. 40% van de bijstandsnorm als geen of onvoldoende medewerking wordt verleend aan de uitvoering van de vastgestelde inburgeringsvoorziening; c. 40% van de bijstandsnorm als niet binnen de wettelijk vastgestelde basistermijn het inburgeringsexamen is behaald; d. 80% van de bijstandsnorm als niet binnen de verlengde basistermijn het inburgeringsexamen is behaald. 2. Het college kan de bijstandsnorm minder of meer verlagen, rekening houdend met de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de individuele omstandigheden van de uitkeringsgerechtigde. De verlaging bedraagt maximaal: a. € 250,- voor handelen in strijd onder punt 1a, b. € 500,- voor handelen in strijd onder punt 1b, c. € 500,- voor het niet naleven van punt 1c, d. € 1.000,- voor het niet naleven van punt 1d.

Rechtspraak bij dit artikel