Naar hoofdinhoud

Paragraaf 5 › Sub-paragraaf 5.3

Artikel 33

Verlagen bijstandsnorm gezinnen

Onderdeel van Verzamelverordening Wet Werk en Bijstand 2012

1. De verlaging als bedoeld in artikel 26 van de wet vindt plaats indien het gezin lagere algemeen noodzake¬lijke kosten van het bestaan hebben dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het geheel of gedeelte¬lijk kunnen delen van deze kosten met een ander. 2. Het normbedrag voor het gezin wordt verlaagd met 10% als het gezin: a. woonkosten verschuldigd is voor de woning en deze kan delen met maximaal twee inwonenden, die geen bloedverwant is in de eerste graad. Als de woning gedeeld wordt met meer dan twee onderhuurders of medebewoners dan wordt de hoofdbewoner gezien als beroepsmatig verhuurder en zal de uitkering verlaagd worden met 20% van de gehuwdennorm. b. als het gezin inwoont bij anderen, niet zijnde bloedverwanten in de eerste graad als onderhuurder of medebewoner op commerciële basis. 3. Het normbedrag voor het gezin wordt verlaagd met 20% als het gezin inwoont bij anderen, niet zijnde bloedverwanten in de eerste graad, niet als onderhuurder of medebewoner op commerciële basis. 4. De gezinsnorm wordt verlaagd met 10% als de woning wordt gedeeld met een of meer inwonend kinderen met WSF of WTOS en inkomsten, die hoger zijn dan het in artikel 4 lid 2 genoemde maximale bedrag. Voor de toepassing van dit artikel worden: a. gehuwden aangemerkt als één inwonende; b. de verzorgingsbehoevende die door belanghebbende wordt verzorgd niet aangemerkt als een persoon met wie kosten kunnen worden gedeeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel