Onverminderd het bepaalde in de artikelen 2 tot en met. 7 is het. verboden op de riolering op enigerlei wijze afvalwater te lozen of afvalstoffen te en die door samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid:
gevaar, schade of der kan (kunnen) opleveren voor de riolering, dan wel de goede werking daarvan, of voor de daarop aangeslotenen;
een nadelige invloed kan (kunnen) hebben op de verwerking van het uit, het. riool te verwijderen slib
Het is in het. bijzonder verboden op de riolering afvalwater of afvalstoffen te lozen:
een temperatuur hoger dan 30°C;
met. een zuurgraad, uitgedrukt in waterstofionenexponent (pH) lager dan 6,5 of hoger dan 10,0, alsmede zuren en basen die niet in water zijn opgelost;
een sulfaatconcentratie van meer dan 300 mg per liter
dat (die) verstopping of beschadiging van de riolering of daarmee verbonden installaties kan (kunnen) veroorzaken;
dat (die) worden versneden door middel van versnijdende apparatuur, tenzij het stoffen betreft die ook zonder te zijn versneden geloosd mogen worden;
dat. (die) brand-of explosiegevaar kan (kunnen) veroorzaken;
dat (die) stankoverlast kan (kunnen) veroorzaken;
dat (die) voorafgaande aan de lozing door een beerput, rottingsput of septictank is (zijn) geleid.
Het is verboden op een regenwaterriool op enigerlei wijze ander afvalwater te lozen dan niet-verontreinigd hemelwater.
Ten behoeve van controle op lozingen dienen een of meer doelmatige controlevoorzieningen te zijn aangebracht.
Het in het tweede lid, sub a tot en met c en vierde lid bepaalde geldt niet voor het lozen van afvalwater of afvalstoffen in het kader van het normale huishoudelijke gebruik dat. van een woonruimte wordt gemaakt.
Burgemeester en wethouders kunnen voorschriften opleggen ter bescherming van de kwaliteit van het rioolslib, van de riolering, en de goede werking daarvan.
Het is verboden afvalwater of afvalstoffen op de riolering te lozen in strijd met de voorschriften als bedoeld in het zesde lid.