1. De beheerder van het openbaar riool kan een gebied aanwijzen waarbinnen
het verboden is een hemelwaterafvoerleiding aangesloten te houden op het
openbaar riool.
2. De beheerder kan de wijze bepalen waarop afkoppelen plaatsvindt.
3. De gebiedsaanwijzing heeft geen betrekking op inrichtingen in de zin van
de Wet milieubeheer en op de openbare weg.
4. Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing houdt de beheerder van het
openbaar riool reke-ning met het gemeentelijk rioleringsplan.
5. De gebiedsaanwijzing treedt in werking met ingang van de achtste week na
de dag waarop zij bekend is gemaakt.
6. De beheerder kan ontheffing verlenen van de verplichting tot afkoppelen
die voortvloeit uit de gebiedsaanwijzing, als van de eigenaar van het
bouwwerk, open erf of terrein redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer
van het hemelwater kan worden gevergd.
7. Op de voorbereiding van de gebiedsaanwijzing is afdeling 3:4 van de
Algemene wet bestuurs-recht van toepassing.
Hoofdstuk V
Artikel 12
Plicht tot afkoppelen
Onderdeel van Rioolaansluit- en afkoppelverordening Oldebroek 2010