1. De rechthebbende aan wie ingevolge hoofdstuk II een aansluitvergunning is
verleend kan de gemeente verzoeken de aansluiting of wijziging van de
aansluiting waarop die vergunning betrekking heeft uit te voeren. De
rechthebbende moet minste vier weken voordat de aansluiting moet worden
gerealiseerd een daartoe strekkend schriftelijk verzoek in bij burgemeester
en wethouders.
2. Bij het verzoek tot aansluiting moeten in ieder geval de volgende
gegevens door de rechthebbende worden vermeld:
a. de naam en het woonadres van de rechthebbende;
b. het nummer van de aansluitvergunning;
c. de door rechthebbende gewenste datum van uitvoering.
Het verzoek tot aansluiting wordt slechts in behandeling genomen als deze
gegevens volledig zijn vermeld.
3. Als de kosten van de aanleg van de aansluiting reeds zijn voldaan uit
hoofde van een eerder door de rechthebbende met de gemeente gesloten
overeenkomst of op andere wijze, moet de rechthebbende dit naast de in het
tweede lid bedoelde gegevens bij het verzoek tot aansluiting te
vermelden.
4. Zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 4 weken na de ontvangst van het
verzoek stellen burgemeester en wethouders zoveel mogelijk in overleg met
rechthebbende een termijn vast voor uitvoering van de
perceelaansluitleiding. Bij vaststelling van het tijdstip van uitvoering
wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met het door de rechthebbende
gewenste tijdstip. De afspraak zal schriftelijk door de gemeente aan de
rechthebbende worden bevestigd.
Hoofdstuk III
Artikel 7
Het verzoek tot aanleg of wijziging perceelaansluitleiding
Onderdeel van Rioolaansluit- en afkoppelverordening Oldebroek 2010