Voordat (plaatsvervangende) commissieleden, die geen raadslid
zijn, hun lidmaatschap uitoefenen, leggen zij in het openbaar in
handen van de voorzitter van de raad de in artikel 14 van de
Gemeentewet genoemde eed (verklaring en belofte) af.
De commissieleden die geen raadslid zijn mogen geen functies
vervullen die met het raadslidmaatschap onverenigbaar zijn en
mogen geen handelingen verrichten als bedoeld in artikel 15 van
de Gemeentewet.
De leden die geen raadslid zijn komen als zij in functie zijn in
aanmerking voor een vergoeding per bijgewoonde
commissievergadering.
Artikel 5
(betreffende niet-raadsleden)
Onderdeel van Verordening tot regeling van de bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van de vaste raadscommissies