Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Toeslagen

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2012

1. De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid van de wet bedraagt 20 procent van  de gezinsnorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder wanneer niemand  anders in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft. 2. De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid van de wet bedraagt 10 procent van  de gezinsnorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder wanneer één of meer  anderen van 18 jaar of ouder hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben. 3. De toeslag wordt voor een alleenstaande van 21 jaar of 22 jaar in afwijking van het  gestelde in lid 1 en 2 op nihil gesteld. 4. Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking  genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft en waarmee de  algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan niet kunnen worden gedeeld: a. kind vanaf 18 jaar zoals bedoeld in artikel 4 lid 2 van de wet; b. verzorgingsbehoevende die door belanghebbende wordt verzorgd; c. verzorgende die de verzorgingsbehoevende verzorgt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel