1. De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:
a. voor een gezin € 519,00,
b. voor een alleenstaande ouder € 465,00 en
c. voor een alleenstaande € 363,00.
[De genoemde bedragen gelden per 1 januari 2012]
2. Voor de toepassing van het eerste lid is de gezinssituatie op de peildatum bepalend.
3. Bij een gezin waarvan slechts twee gezinsleden aan het leeftijdscriterium als bedoeld in artikel 2, lid 1, van deze verordening voldoen en één van deze twee gezinsleden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 van de wet, komt het rechthebbend gezinslid in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
4. De in het eerste lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari aangepast met het percentage waarmee het minimumloon ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar is gewijzigd.
Hoofdstuk 2
Artikel 5
Hoogte van de langdurigheidstoeslag
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag 2012