Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 8

Artikel 2:19

Begripsomschrijving

Onderdeel van Eerste wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Barendrecht 2012

1.. openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt of bereid. Onder een openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis. Onder openbare inrichting wordt tevens verstaan een bij deze inrichting behorend terras en andere aanhorigheden; 2.. bezoeker: een ieder, die zich in een inrichting bevindt, met uitzondering van: de levenspartner en kinderen van de exploitant van de inrichting, alsmede diens elders wonende bloed- of aanverwanten of die van zijn levenspartner, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad; de personen die voorkomen in het register bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van strafrecht; of de personen wier tegenwoordigheid in de inrichting wegens dringende omstandigheden vereist wordt. 3.. terras: een terras is een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van de openbare inrichting waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid en/of verstrekt; 4.. exploitant: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, voor wiens rekening en risico de inrichting wordt gedreven, en de bestuurders van de rechtspersoon of hun gevolmachtigden; 5.. beheerder: de natuurlijke persoon die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een inrichting.

Rechtspraak bij dit artikel