Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 3

Hoogte van de langdurigheidstoeslag

Onderdeel van Verordening Langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand

De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar: voor gehuwden € 490,95; voor een alleenstaande ouder € 440,44; voor een alleenstaande € 344,47. Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum bepalend; Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoe-slag op grond van artikel 11 of artikel 13, eerste lid, van de wet komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag. De hoogte van de toeslag is die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden; De in het eerste lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari aangepast met een percentage dat overeenkomt met het procentuele verschil tussen de gehuwdennorm per 1 januari van dat jaar en de gehuwdennorm van het daar aan voorafgaande jaar. In afwijking van het eerste lid bedraagt de langdurigheidstoeslag voor belanghebbenden met een inkomen tussen de 100 en 110 procent van de voor hen geldende bijstandsnorm 50 procent van de in het eerste lid genoemde bedragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel