Aan de voorwaarde van het hebben van een langdurig laag inkomen
zoals bedoeld in artikel 36 lid 1 WWB is voldaan indien
gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen
niet hoger is dan 110 procent van de toepasselijke
bijstandsnorm.
Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de
belanghebbende die een opleiding volgt in de zin van de WTOS,
dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.
Langdurig laag inkomen
Onderdeel van Verordening Langdurigheidstoeslag 2013-A