Het beoordelingsformulier wordt binnen een week nadat het beoordelingsgesprek heeft plaatsgevonden toegezonden aan de algemeen directeur.
Indien de algemeen directeur uit de betreffende aantekening op het beoordelingsformulier de conclusie trekt dat een omstandigheid als bedoeld in artikel 7:6 zich voordoet bespreekt hij dat met de bij de beoordeling betrokken personen, waarna hij de beoordeling kan wijzigen. Deze wijziging moet door hem binnen twee weken na de ontvangst van het beoordelingsformulier zijn aangebracht.
Wanneer de in lid 2 bedoelde omstandigheid zich niet voordoet stelt de algemeen directeur de beoordeling voorlopig vast, tenzij hij aan de hand van de beoordeling of uit eigen wetenschap van oordeel is dat de beoordeling onjuist is. In dat geval is het bepaalde in lid 2 van toepassing.
Aan de ambtenaar wordt een afschrift van het formulier, waarop de in het lid 3 bedoelde voorlopige beoordeling is vastgelegd, verstrekt. Daarbij wordt de eventueel in de beoordeling aangebrachte wijziging door de algemeen directeur schriftelijk toegelicht. Tegelijkertijd wordt een afschrift van het formulier gezonden aan de afdeling ID, sectie P&O, ter afwikkeling van rechtspositionele gevolgen die de beoordeling heeft.
Als de ambtenaar binnen zes weken na ontvangst van het in lid 4 bedoelde afschrift tegen de beoordeling geen bezwaar heeft gemaakt bij het college, wordt de beoordeling geacht definitief te zijn vastgesteld.
*(Is gewijzigd per 01/10/1998)
HOOFDSTUK 7
Artikel 7:7*
Artikel 7:7*
Onderdeel van Uitvoeringsregeling Arbeidsvoorwaarden gemeente Oldebroek