De verlaging bedoeld in artikel 32 van de wet bedraagt:
20 procent van de gehuwdennorm indien een woning wordt bewoond waaraan voor de jongere geen woonkosten verbonden zijn;
10 procent van de gehuwdennorm indien geen woning bewoond wordt.
Artikel 6. Verlaging Schoolverlaters
De verlaging bedoeld in artikel 33 van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm.
Artikel 7. Verlaging toeslag alleenstaanden van 21 en 22 jaar
De verlaging bedoeld in artikel 34 van de wet bedraagt:
20 procent van de gehuwdennorm indien het een jongere van 21 jaar betreft;
10 procent van de gehuwdennorm indien het een jongere van 22 jaar betreft.
In afwijking van lid 1 wordt de verlaging vastgesteld op de hoogte van de op grond van artikel 3 toegekende toeslag, indien deze toeslag minder bedraagt dan de verlaging waartoe toepas-sing van lid 1 zou leiden.
De vorige leden zijn niet van toepassing ten aanzien van een jongere op wie artikel 6 van toe-passing is.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 5.
Verlaging woonsituatie
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren