1. Alle begrippen die in deze verordening gebruikt worden en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb);
2. In deze verordening wordt verstaan onder:
a. algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening waarvan, gelet op de omstandigheden, aannemelijk is dat de cliënt daarover, ook als hij geen beperkingen had, zou (hebben kunnen) beschikken;
b. beleidsregels: Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldebroek;
c. besluit: Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldebroek;
d. bijdrage in de kosten: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van de wet;
e. gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;
f. hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;
g. ingezetene: cliënt die hoofdverblijf heeft in de gemeente Oldebroek;
h. melding: melding aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;
i. onverwijld: zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen drie werkdagen;
j. persoonlijk plan: plan waarin de cliënt de omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3.2, vierde lid, onderdelen a tot en met g van de wet, beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen;
k. pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet;
l. uitvoeringsbesluit: Uitvoeringsbesluit Wmo 2015;
m. voorliggende voorziening: algemene voorziening of andere voorziening waarmee aan de hulpvraag wordt tegemoetgekomen;
n. wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.