Verantwoordelijkheid programma's en producten
De budgethouders zijn verantwoordelijk voor de budgetbeheersing en -bewaking van de door de raad in de gemeentelijke begroting ter beschikking gestelde financiële middelen ter realisatie van de vermelde programma's. Dit is inclusief de daaruit voortvloeiende producten - zowel uitgaven als inkomsten - evenals de op de kostenplaatsen geraamde uitgaven en inkomsten.
Verantwoordelijkheid producten
De budgethouder is verantwoordelijk voor de volledige, juiste en tijdige budgetbeheersing en -bewaking.
De budgethouder is verplicht alles te doen wat voor een goede uitoefening van de functie nodig is.
De budgethouder kan zich bij de uitoefening van zijn functie niet beroepen op onvolledigheid van deze regeling of een ander voorschrift bij het nalaten van datgene wat in redelijkheid tot zijn taak wordt geacht te behoren;
Kaders/voorwaarden
Bij de uitoefening van het budgethouderschap handelen de budgethouders zelfstandig, met inachtneming van de volgende voorwaarden, dat:
er ruimte is binnen de voor de producten beschikbaar gestelde budgetten;
de ingezette financiële middelen worden ingezet in overeenstemming met het doel waarvoor ze zijn geraamd;
er geen nieuwe aspecten of interpretaties aan de orde komen, die in de toekomst kunnen leiden tot, een groter beslag op financiële middelen, een hoger risico en/of een wijziging of een inperking van beleid;
bij voorstellen tot wijziging van bestaand beleid, c.q. voorstellen voor nieuw beleid tegelijkertijd een dekkingsplan wordt aangeboden.
Machtiging binnen budget/investeringskrediet
De budgethouder is met het oog op de realisatie van de onder zijn verantwoordelijkheid tot stand te brengen producten gemachtigd binnen de aangewezen en goedgekeurde budgetten - investeringskredieten daaronder begrepen - en in overeenstemming met het vastgestelde inkoopbeleid contractuele verplichtingen met derden aan te gaan en uitgaven te doen voor:
uitvoering van werken;
levering van goederen;
verlening van diensten.
Hieronder vallen ook de begrote inkomsten te verwerven met het oog op de realisering van het betreffende product.
Budgetoverschrijding/meerwerk
De budgethouder is gemachtigd om naast de gunning van het werk of de dienstverlening, meerwerk op te dragen tot maximaal 20% van de aanneemsom, met een maximum van € 15.000, - (exclusief omzetbelasting). Voorwaarde is dat het bedrag aan meerwerk binnen het budget en de bedoeling van het product blijft.
Bij onvoldoende financiële dekking voor het meerwerk doet de budgethouder een voorstel aan het college van burgemeester en wethouders tot het beschikbaar stellen van een aanvullend budget of investeringskrediet. In het voorstel wordt ook aangegeven hoe de betreffende uitgaven worden gedekt.
Uitgaven zonder budget/investeringskrediet
In zeer dringende gevallen is de budgethouder gemachtigd om, na verkregen instemming van de portefeuillehouder, verplichtingen aan te gaan om een product te realiseren, zonder dat daarvoor een goedgekeurd dan wel toereikend budget of investeringskrediet aanwezig is.
Als van de bepaling onder a gebruik wordt gemaakt, wordt het college van burgemeester en wethouders hiervan binnen één week door de budgethouder schriftelijk op de hoogte gesteld, onder vermelding van de noodzaak om hiertoe over te gaan.
De budgethouder zorgt ervoor dat binnen twee weken na het aangaan van de verplichting een voorstel aan het college van burgemeester en wethouders wordt voorgelegd tot het beschikbaar stellen van een budget.
Administratie
Alle opdrachten tot uitvoering van werken, levering van goederen en diensten en alle gunningen en de opdrachten tot meerwerk, worden schriftelijk gedaan.
De budgethouder zorgt ervoor dat de door hem aangegane verplichtingen en verleende opdrachten juist, volledig en tijdig geadministreerd worden.
De verplichtingen genoemd in Lid 6b hebben ten minste de drempelwaarde van € 25.000, -.
Aan/toewijzing deelbudgethouders
De budgethouder is bevoegd, onverminderd de eigen verantwoordelijkheid en zo nodig onder nader te stellen voorwaarden, zijn/haar taken en verantwoordelijkheden te mandateren aan een deelbudgethouder.
De budgethouder verstrekt aan het college een overzicht van de op grond van het eerste lid van dit artikel aangewezen deelbudgethouders.