administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en
verstrekken van informatie voor het besturen, het functioneren en het
beheersen van (onderdelen van) de organisatie.
rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en
regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen en
raadsbesluiten.
doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt
mogelijke inzet van middelen.
doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijk effecten van
het beleid ook daadwerkelijk worden behaald.
product: een samenhangend geheel van goederen, diensten, activiteiten en
voorzieningen, dat bijdraagt aan het realiseren van een programma,
meetbaar gemaakt in tijd, geld, kwantiteit en kwaliteit.
budget: de middelen die via de programmabegroting en productenraming
zijn toegekend voor het realiseren van een samenhangend geheel van
doelstellingen, resultaat- en prestatie afspraken.
budgethouder: de medewerker die, in de door het college vastgestelde
productenraming, voor het betreffende product dan wel
investeringskrediet als zodanig is aangewezen.
deelbudgethouder: de door de budgethouder als zodanig aangewezen
medewerker.
garantie: een financieringsinstrument, waarbij de gemeente zich
tegenover een geldverstrekker verplicht in te staan voor de
betalingsverplichtingen van een derde, waardoor deze geldverstrekker
bereid is een lening te verstrekken of om een lening tegen gunstiger
condities te verstrekken.
regresvordering: recht van verhaal op een derde wegens een bepaalde
vordering.
beheerplan: een planmatige opzet voor het beheer van de eigendommen van
de gemeente, waarbij het groot onderhoud en de
(vervanging-)investeringen worden gefinancierd vanuit voorzieningen of
reserves.