Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een
voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele
beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen ouder dan drie
maanden.
Paragraaf 3.
Artikel 13.
Voorziening voor oninbare vorderingen
Onderdeel van Financiële verordening 2017