Het. is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een
houtopstand te vellen of te doen vellen anders dan bij wijze van
dunning.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstanden,
die op bosbouwkundige of bedrijfseconomische wijze worden
geëxploiteerd, indien het betreft,:
populieren en wilgen als wegbeplanting en éénrijige
beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn
geknot;
fruitbomen, en windschermen om boomgaarden;
fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf jaar,
bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor
in het bijzonder, bestemde terreinen;
kweekgoed
houtopslag die deel van als zodanig bij het Bosschap
geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen is
binnen een bebouwde kom tenzij de houtopstand een
zelfstandige eenheid vormt en ofwel geen grotere oppervlakte
beslaat dan 10 are, ofwel in geval van rijbeplanting,
gerekend over het aantal rijen, niet meer bomen omvat dan
20,.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor:
houtopstand die moet worden geveld krachtens de
Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving of last van
het bevoegd gezag, zulks onverminderd het bepaalde in de
artikelen 9 en 12 van deze verordening;
het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
reguliere onderhoud.