Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag
is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd
gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de
houtopstand bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het
treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te
herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen
een door hen te stellen termijn.
Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan
kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na
herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet
worden vervangen.
Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
afdeling van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt
bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de
grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit
anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven
aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te
treffen, waardoor die bedreiging wordt. weggenomen.