De te vervangen houten onderdelen dienen op historisch verantwoorde wijze te worden uitgevoerd, waarbij de bestaande detaillering en vormgeving, indien juist, als uitgangspunt dient.
De te vervangen houten onderdelen moeten dezelfde zwaarte en profilering krijgen als de bestaande. De vervangen houten onderdelen dienen ter controle te worden bewaard tot het subsidie is vastgesteld.
Het houtwerk dat in aanraking komt met metselwerk dient tweemaal in de lijvige menie of grondverf te worden gezet.
De toe te passen houtsoorten dienen overeenkomstig het bestaande werk te zijn. Tropische hardhoutsoorten – met uitzondering van de Europese hardhoutsoorten - mogen in principe niet worden toegepast. Indien de toepassing dit toch vereist moeten de tropische houtsoorten zijn voorzien van een FSC-keurmerk.
Toepassing van multiplex, kunststof, kunststof-verlijmde vezelplaten en hiermee vergelijkbare plaatmaterialen ten behoeve van herstel van o.a. dakgoten, windveren, dekplanken, gevel en dakbeschoeiingen is niet toegestaan.
Gaten in houten gootbodems ten behoeve van zinken of koperen gootbekleding dienen 5 millimeter wijder dan de betreffende tapeinden zijn.
Artikel 2.0
TIMMERWERK
Onderdeel van Uitvoeringsvoorschriften onderhoud en restauratie monumenten Oldebroek