1. Wanneer een politiek ambtsdrager klachten heeft over de integriteit
van een bestuurder, raadslid, fractieassistent of ambtenaar, bespreekt
hij deze met de burgemeester.
2. Wanneer een politiek ambtsdrager klachten heeft over de integriteit
van de burgemeester, bespreekt hij deze met de plaatsvervangend
voorzitter van de raad.
3. Een burger of organisatie kan klachten over de integriteit van
politiek ambtsdragers bij de burgemeester indienen. Klachten over de
integriteit van de burgemeester zelf kunnen worden ingediend bij de
plaatsvervangend voorzitter van de raad.
4. De burgemeester respectievelijk de plaatsvervangend voorzitter van
de raad stellen een procedure van behandeling van deze klachten
vast.
5. Indien de inhoud van de klacht daartoe aanleiding geeft wordt deze
besproken in het college respectievelijk de raad.