De commissie vergadert in de regel openbaar.
De deuren worden gesloten wanneer een commissielid dit verlangt of de voorzitter het nodig vindt. Vervolgens beslist de commissie of met gesloten deuren (verder) zal worden vergaderd. Daarbij dient als maatstaf de overweging dat met (verdere) openbare behandeling de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van een belanghebbende of het goed functioneren van de gemeente wezenlijk zou kunnen worden geschaad.