Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een
op basis van deze verordening verleende vergunning of
ontheffing, ter bescherming van de belangen in verband waarmee
de vergunning of ontheffing is vereist.
Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
voorschriften en beperkingen in acht te nemen.